Choses Tuées in De Appel Arts Centre

Tijdens de opening van Choses Tuées in de Appel gebeurde er iets merkwaardigs. In zijn dankwoord richtte directeur Lorenzo Benedetti zijn aandacht op het exposerend kunstenaarscollectief gerlach en koop en wees daarbij in hun richting. In het deel van het publiek waar ik me bevond ontstond echter verwarring over wie hij exact aanwees. Waren de kunstenaars eigenlijk wel aanwezig?

Choses Tuées opereert precies in die vreemde ruimte tussen aanwezigheid en afwezigheid. Is iets er wanneer het aangewezen wordt? Kun je afwezigheid aanwijzen? De werken van gerlach en koop (opzettelijk zonder hoofdletters) zijn stuk voor stuk pogingen afwezigheid aanwezig te maken.

Zo kan een verfomfaaide spijkerbroek de titel Verminderde ruimte dragen, en blijkt een titelloos werk met – volgens het tentoonstellingsboekje – de omvang van 9 x 5 x 5 meter een met een tijdelijk tussenwandje afgesloten deel van een galeriezaal te zijn.

De broekzak van Benedetti is dichtgenaaid, waarschijnlijk zodat bij iedere gedachteloze poging zijn hand in zijn broekzak te steken de aandacht van hem en de omstanders op de negatieve ruimte in zijn zak wordt gericht. Juist in het mislukken van de gewoontehandeling treedt de ruimte in de broekzak naar voren. Door de verborgen aanwezige ruimte in de broekzak ontoegankelijk te maken, raakt deze juist extra aanwezig.

Het tentoonstellingsboekje blijkt onontbeerlijk. ‘1. Denial. Toegangsdeuren, verwijderd vlak voor de opbouw van de tentoonstelling en meteen na de afbouw teruggeplaatst', meldt het - er liggen inderdaad twee loodzware deuren als ingeklapte vleugels op de grond. Doordat de museumdeuren niet in hun post hangen is er dus nooit een object van deze tentoonstelling door de deur van de Appel naar binnen gekomen - sterker nog, geen van de bezoekers van deze expositie is door de deuren van de Appel naar binnen gekomen. En dus heeft er volgens een bepaalde (misschien wat gebrekkige) logica feitelijk geen expositie plaatsgevonden.

Van de eerste grotschilderingen via de uitvinding van het perspectief en de illusie van ruimte op plat doek tot de verbeelding van complexe ideeën in moderne conceptuele kunst: kunst draait om het oproepen van meer dan het direct aanwezige. De metafoor – iets uitspreken zonder het met zoveel woorden te zeggen – is in die zin het stijlmiddel dat de kern van de kunst omvat. Het cliché wil dat kunst het uitspreken van het onuitspreekbare is. De werken van gerlach en koop zijn, misschien onwillekeurig, allemaal pogingen met minimale middelen (het collectief gaat er prat op zonder atelier te werken, alle werken moeten dus met weinig middelen te maken zijn) meer uit te drukken dan er daadwerkelijk aanwezig is. De afwezigheid keer op keer aanwezig te maken.

Kunst heeft in die zin iets weg van een serieuze grap. Humor komt vrijwel altijd voort uit een spel met verwachtingen: een mop is een verhaaltje dat plotseling anders loopt dan verwacht of ineens een dubbele betekenis blijkt te hebben. Kunst manipuleert op vergelijkbare wijze de verwachtingen: er komt iets tot uitdrukking dat niet met (andere) woorden gezegd kan worden. En net als van een grap verwachten we dat de kunst ons verrast.

Het werk Pillow Objects bestaat uit een nog ingepakte koelkast waar een reep chocolade op ligt naast een andere ingepakte koelkast met daaronder (onzichtbaar) een chocoladereep. Dat is komisch, zelfs als het niet zo is bedoeld.