Architectuur die stemmingen oproept

(deze bespreking verscheen op de website van De Groene Amsterdammer)

De Gerrit Rietveld Academie heeft de naam soms nogal vaag, conceptueel of onnodig cryptisch te zijn. In het programma van de eindexamenexpositie staat bijvoorbeeld dat een bepaalde performance every day plaatsvindt. Eh, maar wanneer dan precies? Nou gewoon, iedere dag. Dat schijnt ‘Rietveld-duidelijkheid’ te heten.

Van een eindexamenexpositie die het werk van een hele lichting afstuderende kunstenaars toont kun je geen eenduidigheid verwachten. Zelfs op de kleinere deelexposities van een bepaalde afdeling kunnen de thema’s, aanpak en onderwerpen van de studenten enorm verschillen. Wat dat betreft valt de expositie Constructed Curiosities van de afdeling Inter-Architecture in de kelder van het Gerrit Rietveldgebouw direct aangenaam op. Het zou de ronkende tekst kunnen zijn die de bezoeker begroet zodra hij de trap is afgedaald en die leest als een enthousiasmerende vakbeschrijving uit een cursuscatalogus: ‘The students argue through their projects that a built place is not only fundamental for living, but raises questions and criticizes the contexts it is placed in.’

Goed, architectuur als geleefde omgeving dus, architectuur als de verzameling (onbewuste) indrukken die gezamenlijk een bepaalde stemming oproepen. Uit de expositie blijkt dat een dergelijke heldere premisse toch heel divers werk oplevert: toegepast of conceptueel, persoonlijk of algemeen, poëtisch of juist heel pragmatisch. Ook in de afstudeerscripties komen interessante perspectieven op dit onderwerp naar voren: zo schreef Mees van Rijckevorsel onder de titel A Different City een essay over de omgang die skateboarders hebben met de stad (‘nine ways to play with a Dutch concrete block’).

Jana Vukšic verbeeldt in het werk Imprint vrij letterlijk de indrukken die onze ervaring kleuren. Het werk bestaat uit een serie vierkante aluminium platen waar afdrukken van de texturen van muren op verschillende plaatsen in het Rietveldgebouw te zien zijn. De platen zijn gemaakt door ze op locatie tegen de wand aan te drukken, per plaat ongeveer twintig minuten. Het resultaat is een metershoog raster aan de muur van the gym – de gymzaal van de academie –, een staalkaart van de verschillende texturen van het gebouw. Op een aantal plaatsen waar Vukšic de afdrukken maakte, hangt – onder de titel Recollection – een koptelefoon met een persoonlijke karakterisering van de betreffende ‘vindplaats’. De beschrijving komt overeen met wat je ziet, en tóch word je door Vukšic meegenomen naar een andere plaats: haar ervaren ruimte.

Vergelijkbaar en toch heel anders is het werk van Anastasija Pandilovska. The Three IT: Amid X,Y,Z and All in Between bestaat uit een combinatie van persoonlijke brieven met daarin het verslag van drie verschillende ‘It’s’ over hun ervaringen in de stad. Waarom luistert er niemand echt naar de geluiden van de stad maar heeft iedereen zijn eigen muziek op? verzucht bijvoorbeeld één van de drie It’s. De brieven gaan vergezeld van lijntekeningen die tegelijkertijd schematische verslagen van wandelingen door de stad zouden kunnen zijn als bouwtekeningen voor nog te bouwen ruimtes. In de weergave maakt dat niet uit: beide zijn hetzelfde. De wandeling bepaalt de omgeving, de omgeving bepaalt de wandeling. Wandelpaden zijn manieren van bouwen en andersom.

Weer een ander perspectief op de ruimte als bewegende en reagerende entiteit komt van Katharine Maria Wienen. Met minimale middelen – twee rollen plastic folie en een rol zilverfolie dat van het plafond tot de grond hangt – drukt ze in een naamloos werk poëtisch uit hoe ruimte soms letterlijk transformeert door onze aanwezigheid. De minste verplaatsing van lucht verandert de ijle sculptuur. Het werk gaat samen met een eveneens naamloos videowerk dat de beweging van licht in geometrische stads- of juist intieme thuisomgevingen toont. Tijd en licht beïnvloeden evenveel de ervaren ruimte als onze eigen aanwezigheid dat doet.

Dat de inzichten van Inter-Architecture behalve tot poëtische ook tot concrete toepassingen kunnen leiden bewijst de Muziekbank van Sandy Bruns. Aan een eenvoudige bank zijn gitaarsnaren bevestigd die zorgen voor geluid en die de bank – tevens klankkast – doen trillen. Zintuiglijke prikkels waar mensen met dementie baat bij zouden hebben. Bruns vormt de ruimte om tot remedie.

Plotseling gaan tijdens het bezoek de gordijnen van de grote tentoonstellingsruimte open. Het zonovergoten groen achter de ruiten contrasteert intens met de koele tentoonstellingsruimte die snel opwarmt. Het licht transformeert de koele, door Gerrit Rietveld ontworpen gymnastiekruimte in een broeierige zaal. Gingen de gordijnen opzettelijk open? Dat was Rietveld-duidelijk.