De Bruyckere in het Gemeentemuseum

Je zou kunnen constateren dat het horror is, even blijven griezelen, en daarna vlug door naar de glanzende tijdschriftfotografie van Anton Corbijn in de zalen boven. Maar dan doe je de verwrongen lichamen - mensen, paarden, twijgen - van Berlinde de Bruyckere niet voldoende recht. Juist in de niet te onderdrukken fysieke reactie van walging schuilt de schoonheid. Of toch in ieder geval de kracht.



Ik zie twee handen die uit elkaar verschijnen, niet magisch als in een tekening van Esscher, maar plastisch en vleselijk. Ik zie paarden die in elkaar verdwijnen; niet heroïsch als op de klassieke voorstelling van een veldslag, maar merkwaardig als in een rariteitenkabinet.

De lichamen die om elkaar heendraaien roepen, mede vanwege de enorme aandacht en het vakmanschap waarmee de kleur en textuur zijn vormgegeven, de associatie op met de schilderijen van Francis Bacon. Net als bij Bacon worden de lichamen zelden concrete personen. De figuren hebben geen gezicht of andere kenmerken die de lichamen zouden personificeren. In figuratieve zin beelden de sculpturen die dan ook niet uit. De uitdrukkingskracht van de sculpturen is echter zo sterk dat het moeilijk is er op een ander niveau geen persoonlijkheid aan toe te wijzen. Ook een gevoel van mededogen kun je niet onderdrukken. Is dit de troost waar de museumtekst naar verwijst?

Het is dat kinderen geen alcohol mogen drinken, anders had ik voor de audio-tour voor kinderen voorgesteld de beelden van De Bruyckere te vergelijken met het gevoel van een zware kater. Niet omdat ik niet-volwassenen wil waarschuwen voor alcohol, maar omdat het het meest toegankelijke vergelijking is voor het gevoel dat de beelden op kunnen roepen.

Minder oppervlakkige beelden die zich aandoen zijn de misvormde lichamen uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, de existentiële misselijkheid van Sartre en überhaupt de menselijke relatie tot het eigen lichaam. Het altijd aanwezige, maar zo onzichtbare, eigen innerste.

Walging, het is goed dat het opgeroepen kan worden in musea. Zonder zou de kunst vervallen tot een luxe consumptiegoed.