White Epilepsy


Ineens voel ik de urgentie voor een eerste blogbericht. Een paar aantekeningen over de film die ik gisteren zag.

White Epilepsy van Philippe Grandrieux is de eerste film die ik dit jaar op het IFFR zag. Geen dialoog. Minimalistisch. Abstract. Waanzinnig. Per toeval uitgekozen. Op iedere manier de perfecte IFFR-film.

Fel belichte lichamen die in een verder donkere achtergrond tergend langzaam langs, over en naast elkaar bewegen. Twee naakte mensenlichaam in een donker bos, 68 minuten lang. Bosgeluiden en ademhaling op reverb op de achtergrond.

De sensatie van modern ballet in filmvorm. Tegelijkertijd een viering van en een studie naar de mogelijkheden van een bewegend lichaam.

De film was continu in slow-motion. De diep ademende rug van een man, de vrouw die daar overheen klimt. Geen natuurfilm, maar ook geen film met mensen in de hoofdrol.. Niet-menselijk en diep menselijk tegelijkertijd. Naakt, als een dier.

Troost was er ook. Een ademhaling die veel harder is dan de ademhaling ervoor. Herkenning. De eerste grashalm die tussen de camera en één van de lichamen uitsteekt. Herkenning. Nog nooit was een grasspriet zo troostend. Wat film kan doen.

De naakte mens. Zonder al het gereedschap waar hij als soort zo succesvol mee is geworden, waar hij het dierenleven mee ontstegen is. Maar dat ook langzaam bezit van hem heeft genomen. Naakte mensen; autonoom en kwetsbaar tegelijkertijd. Bevrijd, schoon, puur. Menselijk.

Bij een normale film volg je als kijker emotioneel wat er op het scherm gebeurt; bij een film die je geduld zo op de proef stelt schrijf je zelf die emoties. Ik wil het woord meditatie niet gebruiken, maar toch. Meditatief.

De regisseur citeerde in het nagesprek Spinoza: 'I don't see nature as good or bad, as Spinoza said: good is what helps you achieve your goals in life and bad is what opposes you.' Goed en kwaad laten verdwijnen in de natuur die de wereld is. Een goede zaak.